Skip to main content

Themazitting varend ontgassen: de uitspraken!

29 January 2024
Frits Bienfait

Tijdens een speciale themazitting over varend ontgassen in de binnenvaart op 21 december 2023 heeft het Openbaar Ministerie vier zaken voorgelegd aan de meervoudige economische strafkamer van de rechtbank Amsterdam. Ons kantoor stond twee van de verdachten bij. Op donderdag 18 januari 2024 kwamen de uitspraken.

De rechtbank oordeelde als volgt over twee principiële verweren die wij aanvoerden:

1. AIS-gegevens, privacy (AVG): rechtmatig gebruik?

Op grond van EU-Richtlijn 2005/44/EU betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren dienen binnenvaartschepen verplicht uitgerust te zijn met een automatisch identificatiesysteem (AIS) waarmee gegevens over de locatie en identiteit van de schepen gedeeld kunnen worden. De richtlijn heeft als doel de verbetering van de veiligheid en doeltreffendheid van het vervoer over de binnenwateren

Het gebruik van de privacygevoelige AIS-gegevens, al dan niet illegaal verkregen door commerciële bedrijven, is al jaren onderwerp van discussie in de binnenvaart. In 2006 sloten verschillende partijen uit de binnenvaartbranche een overeenkomst met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu waarin onder meer afspraken werden gemaakt over het gebruik van AIS-gegevens. De Minister beloofde de privacyaspecten van de AIS-gegevens te onderzoeken. Daarop heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu in 2017 een rapport laten uitbrengen. Daarin staat klip en klaar dat het gebruik van AIS-gegevens in strijd is of kan zijn met de privacywetgeving, en dat de marktpartijen zoals VesselFinder en MarineTraffic in strijd met de wet handelen door zomaar de AIS-gegevens op internet beschikbaar te maken.

In de themazitting toonden wij aan dat een commercieel bedrijf aan de bron stond van het afvangen en verwerken van de AIS-gegevens. Zij voegt daar de eNose-meetgegevens voor het geïdentificeerde schip aan toe. Daarna verstrekt zij die gegevens aan onder meer de Omgevingsdienst, en die geeft het weer door aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Daarop gaat de ILT dan gericht op zoek naar schipper en schip en begint de vervolging. Dit is dus in strijd met de AVG, zo betoogden wij.

De rechtbank oordeelt echter anders:
AIS-gegevens mogen wel gebruikt worden door de Omgevingsdienst. Deze mag de gegevens in het kader van handhaving delen met andere instanties, zoals de ILT. Waarom mag dit toch?
Alleen indien de AIS-gegevens een schip betreffen dat eigendom is van en geregistreerd staat op naam van een of meer natuurlijke personen, dan vallen die AIS-gegevens onder bereik van de privacywetgeving (AVG), zo oordeelt de rechtbank met een verwijzing naar hetzelfde rapport uit 2017. Daarvan was in geen van de vier aanhangige zaken sprake: steeds was een vennootschap de geregistreerde eigenaar. Aldus kon de rechtbank, naar haar oordeel, ons verweer passeren.

Wat wij wel kunnen concluderen, is dat het AIS-verweer had kunnen slagen indien een van de schepen wel eigendom van een persoon zou zijn geweest. Dat blijft relevant, want er zijn nog tankschepen in particuliere handen (vooral in België). Ook voor spitsen en andere kleinere schepen, waarvan vaker natuurlijke personen zelf eigenaar zijn, blijft het AIS/AVG-verweer dus wel degelijk relevant.

Omdat de verdachten (op een na) allemaal toch zijn vrijgesproken, lees hieronder verder, hoefde de rechtbank niet in te gaan op het feit dat het commerciële bedrijf achter de eNoses al sinds 2011 AIS-signalen afvangt (met eigen apparatuur) en voor commerciële doeleinden gebruikt en sinds 2016 doorgeeft aan de Omgevingsdienst. Dat mag volgens ons niet. Op grond van artikel 441 van het Wetboek van Strafrecht is het immers niet toegestaan om met een radio-ontvangerapparaat signalen op te vangen die niet voor hem bedoeld zijn en deze signalen vervolgens door te geven.

2. De bewijswaarde van metingen uit het eNose-netwerk

Op dit punt volgt de rechtbank onze verweren. De in alle zaken gelijkluidende overweging van de rechtbank luidt:

“In het Convenant eNosenetwerk Noordzeekanaaalgebied en Amsterdam-Rijnkanaal 2021-2026 staat: “Het doel van het gebruik van de gegevens is het opsporen van geurbronnen. Het systeem is niet geschikt voor handhavingsdoeleinden. De informatie die wordt verkregen met een eNose is indicatief en daarmee niet voldoende om als juridische bewijslast te dienen.
Het systeem levert wel informatie op, die tot toezicht en handhaving kan leiden.”
Met de verdediging is de rechtbank dan ook van oordeel dat de door de eNoses geconstateerde anomalieën alleen – zonder steun in andere bewijsmiddelen en tegenover de ontkenning van de verdachte – onvoldoende zijn voor het bewijs dat in verboden gebied is ontgast. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het tenlastegelegd(e) niet is bewezen en zal verdachte hiervan vrijspreken.”

Aldus werden de verdachten in de zaken waar het eNosenetwerk het enige bewijs was van verboden ontgassing alle vrijgesproken, nu er geen ander bewijs werd gepresenteerd dan de eNosemetingen.
In één zaak was sprake van een andersoortige overtreding (inzake de Benzineregeling) en volgde een voorwaardelijke boete.

Het Openbaar Ministerie kan binnen 14 dagen hoger beroep aantekenen. We wachten dit af.

Heeft u vragen over deze problematiek?

Neem dan contact op met Frits Bienfait of Marius van Dam.

Via onderstaande links kunt u de uitspraken lezen op de website van Rechtspraak.nl:

Meer nieuws