Fouten van de Arbodienst: verantwoordelijkheid van de werkgever?

Ziekteverzuim van werknemers kan een grote impact hebben op werkgevers. Bij langdurige ziekte moeten werkgevers voldoen aan strikte verplichtingen die volgen uit de Wet verbetering poortwachter. Werkgever en werknemer dienen samen te werken aan de re-integratie van de werknemer. De Arbodienst speelt een belangrijke rol bij het begeleiden van het re-integratietraject. Zo moet er binnen zes weken na de eerste ziektedag een probleemanalyse van de bedrijfsarts zijn en binnen acht weken een plan van aanpak.
Het naleven van deze verplichtingen wordt nogal eens bemoeilijkt door de hoge werkdruk bij zowel werkgevers als Arbodiensten. Deze druk kan leiden tot vertraging en fouten. Soms is dat te wijten aan personeelsproblemen bij de Arbodienst, soms omdat werkgevers onvoldoende informatie aanleveren, en soms ligt het aan de werknemer zelf. Dit kan voor de werkgever grote gevolgen hebben zodra een werknemer een uitkering aanvraagt op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) of wanneer de werkgever na twee jaar ziekte een ontslagvergunning aanvraagt bij het UWV. We bespreken enkele recente uitspraken.
Werkgever is eindverantwoordelijke
Na twee jaar ziekte en loondoorbetaling door de werkgever, kan een werknemer een WIA-uitkering aanvragen. Het UWV toetst dan het re-integratiedossier en beoordeelt of de werkgever zich voldoende heeft ingespannen om de werknemer weer aan het werk te krijgen. De WIA heeft als uitgangspunt dat de werkgever de volledige (eind)verantwoordelijkheid voor re-integratie draagt. Hoe zit dit als de bedrijfsarts een inhoudelijk onjuist oordeel geeft? Dit kan immers de re-integratie bemoeilijken.
Terughoudende toetsing oordeel bedrijfsarts
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) verduidelijkt in een uitspraak uit 2023 de positie van de werkgever en de maatstaf waaraan de bedrijfsarts wordt getoetst. De werkgever maakte bezwaar tegen een door het UWV aan haar opgelegde loonsanctie tot doorbetaling van loon tijdens het derde ziektejaar. De werkgever voerde het verweer dat de bedrijfsarts een verkeerd oordeel had gegeven over de belastbaarheid van de zieke werkneemster.
De CRvB benadrukte dat uit de systematiek van de WIA volgt dat de re-integratie altijd voor rekening en risico van de werkgever komt, ongeacht een verkeerd oordeel van de bedrijfsarts. De loonsanctie heeft namelijk als doel de werkgever te bewegen om re-integratie alsnog te laten plaatsvinden.
Kan de werkgever de bedrijfsarts dan niet aansprakelijk stellen voor het verkeerde advies? Dit is lastig, omdat het oordeel van de bedrijfsarts terughoudend wordt getoetst. Er wordt slechts gekeken of de bedrijfsarts in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen. Dat de verzekeringsarts van het UWV achteraf tot een ander oordeel komt, doet hier niet aan af.
Loonsanctie door onzorgvuldige begeleiding door bedrijfsarts
Bovenstaande maatstaf wordt ook toegepast op de sociaal-medische begeleiding van de bedrijfsarts. In een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland klaagde een werkgever over een loonsanctie van het UWV die was opgelegd omdat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht. De verzekeringsarts van het UWV had geconcludeerd dat de sociaal-medische begeleiding door de bedrijfsarts niet adequaat was geweest.
De werkgever vangt bot bij de rechtbank en de loonsanctie houdt stand. Uit het re-integratiedossier bleek dat de bedrijfsarts had aangegeven dat bepaalde informatie moest worden opgevraagd, maar de bedrijfsarts had verzuimd die informatie werkelijk op te vragen. Bij het opmaken van het eindoordeel had de bedrijfsarts daardoor een verkeerde informatiepositie, zodat sprake is van tekortkomingen in het handelen van de bedrijfsarts.
De werkgever deed nog een beroep op de hiervoor besproken uitspraak van de CRvB, maar dat brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts van het UWV het handelen van de bedrijfsarts voldoende terughoudend had getoetst. De verzekeringsarts was het niet inhoudelijk oneens met de bedrijfsarts, maar vond de begeleiding onzorgvuldig.
Verkeerd advies bedrijfsarts
Een verkeerd advies van de bedrijfsarts kan verregaande gevolgen hebben voor de werkgever, zo blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Gelderland. Een tandartspraktijk wilde de Arbodienst aansprakelijk stellen voor verkeerde adviezen over het verwachte herstel van de werknemer en een verkeerd oordeel over re-integratiemogelijkheden bij de werkgever. Na twee jaar ziekte had de werkgever op basis van de adviezen van de bedrijfsarts een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV, waarna de verzekeringsarts van het UWV oordeelde dat de adviezen onterecht waren. De ontslagvergunning werd niet verleend, omdat de werkgever niet aan haar re-integratieverplichting had voldaan. De werkgever moest uiteindelijk een billijke vergoeding van € 100.000 bruto aan de werknemer betalen. De werkgever kon haar schade niet op de Arbodienst verhalen, omdat zij niet tijdig had geklaagd. Er was in de algemene voorwaarden van de Arbodienst namelijk een klachttermijn van een maand opgenomen. Verder oordeelde de rechtbank dat de Arbodienst haar contractuele verplichtingen niet had geschonden of op een andere manier onrechtmatig had gehandeld.
Arbodienst wel aansprakelijk
In een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland lukte het de werkgever wel om de Arbodienst aansprakelijk te stellen. De bedrijfsarts had ten onrechte geadviseerd om de werknemer hersteld te melden, waardoor de werkgever opnieuw twee jaar het salaris moest doorbetalen. Het ging daarbij om een werknemer met ernstige psychische problemen die een leidinggevende functie had. De werknemer had tijdens de re-integratie nog niet de oude taken kunnen oppakken. De rechtbank oordeelde dat de bedrijfsarts niet in redelijkheid tot het oordeel had kunnen komen dat de werknemer binnen korte tijd weer volledig hersteld zou zijn. De werkgever bleef uiteindelijk toch met een groot deel van de schade zitten, want door een beperking van de hoogte van de schadevergoedingsplicht in de overeenkomst met de Arbodienst werd maar een klein deel van de schade vergoed. In dit geval kwam dat neer op een vergoeding van minder dan 1%!
Wat betekent dit voor werkgevers?
- Let op contractuele afspraken: controleer de kleine lettertjes in de overeenkomst met de Arbodienst. Veel Arbodiensten sluiten hun aansprakelijkheid voor dergelijke fouten uit of beperken de schadevergoeding, waardoor de werkgever met de gevolgen blijft zitten.
- Proactieve houding: houd rekening met drukte bij de Arbodienst en zorg voor het tijdig inplannen van (vervolg)afspraken.
- Actie indien de werknemer de (re-integratie)verplichtingen niet nakomt: wijs de werknemer direct op de gevolgen. Niet-meewerken kan leiden tot opschorting of stopzetting van het loon.
- Bij vermeende fouten Arbodienst: klaag op tijd. Als tijdens of na het re-integratietraject blijkt dat de Arbodienst steken heeft laten vallen, dan is het belangrijk om dit op tijd aan te kaarten bij de Arbodienst.
Fouten Arbodienst: wat nu?
Als de Arbodienst fouten maakt of deadlines mist, kan de werkgever proberen schade te verhalen op de Arbodienst. Dit kan lastig zijn, omdat de Arbodienst een bepaalde professionele marge heeft en zij aansprakelijkheid kan hebben uitgesloten. Uit de rechtspraak volgt dat werkgevers in principe zelf verantwoordelijk blijven voor de re-integratie.
Gelukkig eindigen niet alle ziektegevallen in twee jaar arbeidsongeschiktheid met een UWV-beoordeling. Maar voor de gevallen waarin dit risico reëel is, is het essentieel dat werkgevers zorgvuldig en actief blijven in het hele proces. De gevolgen van fouten van een Arbodienst of een onjuiste inschatting kunnen immers financieel zwaar wegen. Het UWV kan aan de werkgever een loonsanctie opleggen en daarnaast bestaat het risico dat de werkgever een hoge billijke vergoeding aan de werknemer moet betalen.
Kortom, als werkgever is het van belang om zowel de Arbodienst als de werknemer scherp te houden.









