Is een touringcar een arbeidsmiddel?

Is een touringcar (of een binnenschip, of ander vervoermiddel), een ‘arbeidsmiddel’ of een ‘arbeidsplaats’? Alleen in de juridische wereld is dit een relevante vraag, waarop het antwoord het lot van een boete van € 13.500 bepaalde.
Met enige regelmaat vragen ondernemers en verzekeraars advies bij de afwikkeling van arbeidsongevallen. Het jaarlijks aantal arbeidsongevallen en de onderzoeken daarnaar stijgen gestaag. Om een idee te geven: de Arbeidsinspectie registreerde in 2023 maar liefst 2.493 onderzoeken waarbij 2.386 slachtoffers betrokken waren [1]. Als uit onderzoek blijkt dat er sprake zou zijn van overtredingen van de Arbowetgeving kunnen boetes worden opgelegd.
In een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 6 februari 2025 [2] ging het over een tragisch ongeval. Een chauffeur bemerkte onderweg dat er een defect was aan een stabilisatorstang. Hij voerde telefonisch overleg met kantoor en op grond daarvan wilde hij het rechter voorwiel controleren. Hij parkeerde de bus langs de openbare weg, maar schakelde de motor niet uit. Hij raakte vervolgens bekneld tussen het wiel en de wielkast en kwam daardoor te overlijden.
De minister SZW legde een boete van € 13.500 op wegens schending van artikel 7.5, tweede lid, van het Arbobesluit. Op basis van dit artikel mogen onderhouds-, reparatie- en reinigingswerkzaamheden aan een ‘arbeidsmiddel’ slechts uitgevoerd worden indien het arbeidsmiddel is uitgeschakeld en drukloos of spanningsloos is gemaakt.
Als de touringcar een ‘arbeidsmiddel’ is, had de motor dus uitgeschakeld moeten worden voordat de chauffeur het gebrek ging onderzoeken en zo mogelijk verhelpen. Als de touringcar daarentegen geen arbeidsmiddel is, dan is die specifieke regel niet toepasselijk en kan op grond daarvan geen boete worden opgelegd.
Het gaat dus om de vraag of een touringcar juridisch hetzelfde is als een arbeidsmiddel zoals een draaibank in een werkplaats, of een stofzuiger zoals gebruikt door een schoonmaker. Op eerste gezicht strijdt de opvatting van de inspectie dat een touringcar of een binnenschip een arbeidsmiddel is misschien met het gezond verstand, maar we bevinden ons hier nu eenmaal in de juridische wereld en de strikte regels over uitleg van strafbepalingen en dan is het gezond verstand niet de eerste toets.
Wat was juridisch het probleem? In het vervallen artikel 2, vierde lid, van de Arbowet stond vermeld dat ‘niet tot arbeidsmiddelen behoren voertuigen en binnenvaartuigen die tot vervoer worden gebruikt’, maar dat artikel was gewijzigd en in de nieuwe tekst kwam de uitzondering inzake ‘voertuigen of binnenvaartuigen’ niet meer voor. Daarom was het nu de vraag of een touringcar, of een binnenschip, evenals de eerder genoemde draaibank of stofzuiger, intussen wél beschouwd zouden moeten worden als een ‘arbeidsmiddel’.
De rechtbank is van oordeel dat de touringcar die voor vervoer wordt gebruikt geen ‘arbeidsmiddel’ maar een ‘arbeidsplaats’ is, dus de plaats waar gewerkt wordt. Het beroep tegen de boete werd dus gegrond verklaard. Ik citeer de dragende overweging:
“12. In dit geval is de touringcar door het slachtoffer gebruikt op de openbare weg voor het vervoer van personen, namelijk de schoolkinderen. Uit de hiervoor genoemde passage uit de Nota van toelichting kan worden afgeleid dat de touringcar in die situatie een arbeidsplaats is maar niet tevens een arbeidsmiddel. In dat geval missen de voorschriften van hoofdstuk 7 van het Arbobesluit toepassing en kan aan eiseres geen boete worden opgelegd op grond van artikel 7.5, tweede lid, van het Arbobesluit. Het beroep is gegrond.”
Dit betekent niet dat de Arbowetgeving helemaal zonder betekenis is. De touringcar en een binnenschip zijn immers wel ‘arbeidsplaatsen’, die op grond van de Arbowetgeving veilig ingericht moeten worden door de werkgever. Maar daarop was de boete niet gebaseerd.
Frits Bienfait
Vindplaatsen:
De uitspraak van de rechtbank Gelderland
Verslag van de Arbeidsinspectie over 2023









