Skip to main content

Kwijting is kwijtschelden?

28 juni 2018
Frits Bienfait

Taal is iets moois. Kwijting is iets anders dan kwijtschelding. Toch? Hoe dat werkt laat een recente uitspraak van de Hoge Raad zien, waarin een koper bij een notariële leveringsakte van aandelen formele kwijting ontving van de koopsom. De verkoper komt er later achter dat het betaalde bedrag € 225.000 te laag is (iets met verrekening van een lening en een niet geziene betaling) en vordert alsnog betaling van het meerdere. Mag dat?

Jazeker, aldus de Hoge Raad, want kwijting verlenen is niet hetzelfde als kwijtschelden.
De term kwijting is (etymologisch) een afleiding van het Franse quitter ‘kwijtschelden, bevrijden’, ofwel van het de middeleeuws-Latijnse juridische term ‘quitare’, ook met als betekenis ‘kwijtschelden’. Kwijting kan dus taalkundig wel op kwijtschelding betrekking hebben. 

De Hoge Raad overweegt echter dat kwijting in juridische zin een bewijs van ontvangst inhoudt, zoals ‘kwitantie’ bij contante betaling bijvoorbeeld. Kwijtschelding daarentegen vergt bewustzijn, wetenschap, bijvoorbeeld van het opgeven van een vordering. De Hoge Raad oordeelt dat kwijting van een koopsom niet ook inhoudt dat de verkoper daarmee een vordering om het te weinig betaalde bedrag aan koopsom kwijtschold. Omdat de fout ten tijde van het ondertekenen van de kwijting verborgen was voor de verkoper, was de kwijting hier niet gelijk aan kwijtschelding.

Zo bezien is het onderscheid helder. Juridisch is het beoordelen van zo’n kwestie wat lastiger, blijkt uit het feit dat de gerechtshof anders oordeelde dan de rechtbank, en dat de Hoge Raad weer anders oordeelde dan het gerechtshof.

Wie de uitspraak wil lezen, kan op deze link klikken.

Meer nieuws